Maatschappelijk aanbesteden: verschijningsvormen

Maatschappelijk aanbesteden tussen overheid en samenleving

Het RMO-rapport Terugtreden is vooruitzien neemt als vertrekpunt dat de organisatie van maatschappelijke voorzieningen ten principale een zaak is van maatschappelijke initiatieven. Oftewel: de overheid heeft niet het monopolie op de publieke zaak. Een interessant vertrekpunt, dat aansluit bij maatschappelijk aanbesteden. Het rapport is samen te vatten met navolgende figuur. De RMO beschrijft drie ‘oerkrachten’ die maken dat loslaten door de overheid zo lastig is. En vervolgens strategieën om meer ruimte te laten bij maatschappelijke initiatieven.

De ‘traditionele’ contracteringsvormen zitten helemaal rechts in de figuur. De overheid bepaalt en betaalt welke publieke voorzieningen, op welke wijze en voor welk bedrag worden uitgevoerd. Helemaal links zitten de publieke voorzieningen die door de samenleving zelf  worden ingevuld, denk aan de vele verenigingen in ons land. Deze vallen in het publieke domein, maar zijn van hun invulling en financiering niet (meer) of slechts gedeeltelijk (subsidies) afhankelijk van de overheid. De beweging naar het links wordt door de overheid onder meer ingezet met het Right to Challenge. Van het Right to Challenge is alleen sprake als het gaat om een door de overheid bepaalde en betaalde publieke voorziening die door de overheid ‘in de markt wordt gezet’, waarbij het recht wettelijk is vastgelegd in de Wmo-2015. Maar ook op andere wijzen wordt gezocht naar innovatie in de inkoop, zie bijvoorbeeld www.innovatiekoffer.nl, een bijzonder toegankelijke website.

Maatschappelijk aanbesteden: vermaatschappelijken van aanbestedingsprocedures

Maatschappelijk aanbesteden zit in het midden van de figuur en kent twee ‘aanvliegroutes’. De eerste route is het zoeken naar (meer) mogelijkheden binnen bestaande aanbestedingsprocedures of subsidievoorwaarden. Deze zijn beschreven onder de noemer van vermaatschappelijken van de aanbestedingsprocedures (zie website www.maatschappelijkaanbesteden.nl). Op deze route geeft de overheid de ruimte in ‘traditionele procedures’ voor maatschappelijke initiatieven en past daarin de principes van maatschappelijk aanbesteden toe, zoals bij de vraagformulering en het geven van ruimte aan vitale coalities van inwoners, organisaties en/of bedrijven. Het initiatief ligt in dit geval bij de overheid.

Maatschappelijk aanbesteden: zonder aanbestedingsprocedures

De tweede aanvliegroute richt zich het reageren als overheid op maatschappelijke initiatieven. De eerste stappen worden gezet door de samenleving zelf. Op welke wijze en onder welke condities kan de overheid deze initiatieven omarmen en (financieel of anderszins) steunen, zonder dat hiervoor de ‘traditionele procedures’ uit de kast gehaald hoeven te worden. Dat begint bij het signaleren dat er al allerlei maatschappelijke initiatieven zijn, zoals het beheren en exploiteren van een buurthuis of wijkcentrum. En dan te kijken wat zij nodig hebben om verder te komen. Vaak gaat het dan om meedenkkracht, ondersteuning bij het aanvragen of vormgeven van vergunningen, aanpassen van bestemmingsplannen, verbinding maken met andere partijen, het vormen van vitale coalities, etc. En soms ook om financiële middelen.

Vanuit het aanbestedingsrecht kan het voorbeeld – het beheren van een buurthuis – gezien worden als een ‘marktactiviteit’, waardoor inwoners opereren als een onderneming. Als je dan als gemeente een schriftelijke overeenkomst sluit met deze burgers en onder voorwaarde van goed beheer een buurthuis ter beschikking stelt, kan deze ‘transactie’ worden aangemerkt als een overheidsopdracht. En dan is het aanbestedingsrecht van toepassing. De vraag is natuurlijk of een maatschappelijk initiatief een ‘onderneming’ is die op de ‘markt’ opereert. Wij zouden zeggen van niet …

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.